maandag 16 februari 2015

Geachte heer M. - Herman Koch

Korte beschrijving

In Geachte heer M. – het langverwachte nieuwe boek van Herman Koch – had de eens zo gevierde schrijver M. zijn grootste succes met een roman over de geruchtmakende verdwijning van Jan Landzaat. Deze leraar geschiedenis verdween na een korte affaire met een bloedmooie leerlinge, en werd voor het laatst gezien bij het vakantiehuisje waar zij met haar nieuwe vriendje verbleef. De roman was een bestseller en betekende M.’s internationale doorbraak, maar nu, aan het eind van zijn carrière, raakt hij steeds meer in de vergetelheid. Maar niet bij zijn mysterieuze benedenbuurman, die M. scherp in de gaten houdt. Wat heeft hij met de verdwijningszaak te maken? Met vlijmscherpe pen vertelt Herman Koch het intrigerende verhaal van een aftakelende schrijver, twee verliefde tieners en een verdwenen leraar. Door de bestseller lijkt hun lot voor eeuwig met elkaar te zijn verbonden. Geachte heer M. is een grootse roman over jaloezie en afgunst, vriendschap en liefde. Met zijn wereldwijd geroemde scherpe blik ontziet Herman Koch ook nu weer niets en niemand.
    Bron: http://www.amboanthos.nl/boek/geachte-heer-m/
      Over Herman Koch

Van den Vos Reynaerde - Willem die Madocke Maecte

Over het boek

De thematiek 
Het thema van het verhaal is de hebzucht, list, leugens en bedrog. Iedereen wordt zo geleid door zijn hebzucht in het verhaal waardoor ze Reynaert steeds weer opnieuw vertrouwen. De leugens en het bedrog van Reynaert is het belangrijkste thema. Reynaert is erg slim en weet deze slimheid in te zetten om alles te doen wat hij wil en ondertussen te ontkomen aan de straf die hij ervoor verdient. Daarvoor bedriegt hij iedereen die hij kent. Hoewel de andere dieren weten dat hij een sluwe vos is, trappen ze toch elke keer weer in de val. 

De hoofdpersonen / personages:
Grimbeert: Dit is de neef van Reynaert en denkt hem wel over te kunnen halen. Dit lukt hem ook, maar niet perse omdat hij dat wil maar omdat Reynaert dat wil. Grimbeert accepteert het ook als Reynaert zijn zonden belijdt. Ook dit is een fout van hem, want Reynaert is erg vals en weet ook zijn neef te bespelen door te doen alsof hij zich bekeert.
Koning Nobel: In dit verhaal merk je dat de koning Nobel erg beïnvloedbaar is door wat hem vertelt wordt. Hij luistert te veel naar zijn vrouw en trapt daardoor ook in de val van Reynaert. 
Bruun de beer: Bruun is een voorbeeld van kracht maar geen kennis. Hij is een sterk dier maar laat zich makkelijk in de val lokken. Hij kan zich niet inhouden als hij hoort van honing en zet de taak om Reynaert naar het hof te brengen opzij om eerst zijn honger te stillen. Hij denkt niet na over de locatie van de honing en de gevolgen die het zou kunnen hebben als hij niet eerst zijn taak uitvoert.
Reynaerde: Hij is een slim en sluw dier. Hij weet veel van alle dieren af en zet zijn kennis in om hen te misleiden. Hij gebruikt hun eigen zwakheden om die tegen hen in te zetten. Zo weet hij bv dat de beer van honing houdt en daarvoor wel zal zwichten. Ook weet hij dat Tybeert de kuikentjes niet zal kunnen laten gaan. Hij weet wat boetedoening voor de bevolking van het dierenrijk betekent en zet ook dit in om te ontkomen aan de dood. Hij is een hele slimme, sluwe en doortrapte vos.

Mening beoordeling van het boek
Doordat het verhaal op rijm is geschreven, zit er een ritme in de tekst. Het is geschreven met veel symboliek in de zinnen die je leest. Er zitten mooie metaforen en vergelijkingen in die verwijzingen zijn naar de werkelijkheid. Niet alleen in de gebeurtenissen maar ook in de namen. Door je in het verhaal te verdiepen kun je je in de tijd van de middeleeuwen wanen en deze beter begrijpen. Het is een heel erg leuk verhaal om te lezen, met ook een duidelijk thematieke boodschap. Het is natuurlijk een beroemd verhaal uit de dertiende eeuw, oorspronkelijk gemaakt door een zekere Willem. De verhalen waren in die tijd toen overigens niet bedoeld om gelezen te worden, de verhalen werden uit het hoofd geleerd om dan te worden voorgedragen. Dat verklaart ook waarom ze heel ritmisch zijn en op rijm staan. Ritme en rijm maken dan ook dat dit verhaal makkelijk te begrijpen is en dat er gelijk een goed beeld van is. Dat het een goed verhaal is blijkt uit het feit dat het verhaal nog steeds erg populair is en inmiddels in heel veel verschillende versies en uitgaven is / zijn uitgebracht. Zo is er ook een toneelvoorstelling van Reynaert de Vos en zijn er vele moderne versies film en boekmateriaal verschenen.

    Over de auteur


Een belangrijk deel van datgene wat Willem zijn publiek wilde vertellen openbaart zich niet aan mensen die zijn werk vanuit een passieve consumentenhouding benaderen. Zeker niet aan ons die meer dan zeven eeuwen later leven dan deze auteur. Het doorgronden van het versluierde is een belangrijke voorwaarde voor het ervaren van de rijke beleving die zijn dierenepos ons te bieden heeft. Dat vergt inspanning en soms raken we het spoor dan ook nog helemaal bijster. Meteen al in de inleiding van Van den Vos Reynaerde kan een complexe verborgen inhoud opgemerkt worden:



Willem stelt dus dat hij zijn Van den Vos Reynaerde in opdracht van een dame geschreven heeft. Hij vermeldt dit in een proloog die nogal wat vragen oproept. Het woord 'Al' in de zin "Al begripic die grongaerde" is syntactisch niet sterk. Verder komt het bekritiseren van kinkels en dwazen ook al eerder in de inleiding voor. En wil de schrijver mensen die zich vol inzet met eervolle zaken bezighouden nu werkelijk oproepen om welgemanierd te leven?  Hoe kan dit alles, terwijl schrijver Willem zelf zeker niet tot "die dopren ende die doren'' gerekend kan worden.

Wanneer we het vreemd toegepaste woordje 'Al' nemen en daar de eerste letters van de vier daaraanvolgende zinnen toevoegen, dan verschijnt de naam 'Aleide'. Door middel van dit acrostichon maakt Willem satirisch gebruik van de gewoonte om een literair werk op te dragen aan een dame die een vooraanstaande plaats inneemt in de samenleving. Hij drijft daarmee de spot omdat hij zijn Van den Vos Reynaerde opdraagt aan een vijand van zijn landsvrouwe Margaretha van Constantinopel (als we er van uitgaan dat Willem bij haar in dienst was dan krijgt zijn spot nog een extra dimensie). Deze Aleide was namelijk getrouwd met Jan I van Avesnes, een prominente edelman die op voet van oorlog leefde met zijn moeder gravin Margaretha (zie: De Vlaams-Henegouwse Successieoorlog). Bovendien was Aleide de zus van de graaf van Holland, Rooms koning Willem II, eveneens een belangrijke tegenstrever van Margaretha van Constantinopel.

Maar wat kunnen we aanvangen met dat onlogische "Ic wille dat die ghene horen die gherne pleghen der eeren"?
Het West-Vlaams is de streektaal die de meeste kenmerken van het Middelnederlands heeft behouden. Het leverde indertijd een belangrijke bijdrage aan standaardisering van het Middelnederlands. Daarin speelde de handelsstad Brugge een hoofdrol. In deze streektaal blijft, evenals in het Brabants, de h nogal eens onuitgesproken. Als we dit taalkundig fenomeen toepassen op het woordje 'eeren' uit voornoemde zin, dan staat er "Ik wil dat diegenen luisteren die graag de heren verwennen."

Willem is een meesterlijk satiricus en verteller.


Bron: http://www.muziektheater.info/Willem%20die%20Madocke%20maecte.htm


Samenvatting

Hofdag in het dierenrijk; bijna alle dieren klagen bij koning Nobel over de streken die Reinaert de vos hun heeft geleverd. Maar hoe krijg je een listige vos zover dat hij zich vrijwillig aan een gerechtelijke procedure onderwerpt? Bruun de beer en Tibeert de kater, die er achtereenvolgens opuit worden gestuurd om de vos te dagvaarden, ondervinden aan den lijve dat dat niet eenvoudig is. Nadat beide meer dood dan levend aan het hof zijn teruggekeerd, slaagt Grimbeert de das er ten slotte in Reinaert mee te krijgen naar het hof. Daar wordt hij in staat van beschuldiging gesteld en ter dood veroordeeld. Zijn aartsvijanden Bruun, Tibeert en Isengrijn de wolf vertrekken om de galg in orde te maken. Onderwijl weet Reinaert koning Nobel met een prachtig leugenverhaal wijs te maken dat juist deze drie dieren gestraft moeten worden, en dat hijzelf onschuldig is. Als hij dan ook nog terloops een schat ter sprake brengt, is de koning - en vooral de koningin - snel overtuigd: Reinaert wordt vrijgesproken. In de ontknoping van het verhaal maakt Reinaert opnieuw enkele slachtoffers. Koning Nobel en zijn hof blijven verslagen en gedesillusioneerd achter.

Van den vos Reynaerde is geschreven in de dertiende eeuw, toen de ridderliteratuur nog volop bloeide. De vos spot met alles en iedereen uit die ridderwereld. De koning is zo begerig naar de niet bestaande schat waarover Reinaert spreekt, dat hij de vos gelooft en zijn trouwe vazallen afvalt. Bruun, die als boodschapper door de koning op pad wordt gestuurd om Reinaert op te halen, vergeet zijn opdracht als de vos over honing praat. De hovelingen worden gedreven door gulzigheid, wellust en honger naar macht en Reinaert maakt daar gebruik van om zijn doel te bereiken. Hij was een doortrapte schurk. De sluwe vos werd door de schrijver van dit verhaal gebruikt om zijn publiek telkens op het verkeerde been te zetten. De ene keer wekt hij bewondering door zijn slimheid, dan weer roept hij afschuw op door de manier waarop hij anderen te grazen neemt.
De schrijver van dit verhaal maakt zich meteen in de eerste regel bekend: ‘Willem die Madocke maecte’. We kennen dus zijn voornaam, Willem, en we weten dat hij deMadoc schreef, een boek waarvan geen snipper bewaard is gebleven. Van den vos Reynaerde is een heel vrije bewerking van Franse verhalen over de vos Renart. Willem heeft dit zo meesterlijk gedaan, dat hij wel een groot schrijver geweest moet zijn. Dit maakt het des te spijtiger dat zijn andere boek verloren is gegaan.

Bron: http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/middeleeuwen/literatuurgeschiedenis/lgme042.html

Louis Couperus - de Stille Kracht

      Over de auteur

De Nederlandse regisseur Paul Verhoeven wijkt voor de opnames van zijn nieuwe film De Stille Kracht van Indonesië uit naar Thailand, doordat het politieke klimaat in Indonesië niet geschikt is voor de opnames. De stille kracht is een verfilming van de Indische roman van de Nederlandse schrijver Louis Couperus uit 1900. Een bekende uitspraak van Couperus is: “zoo ik iéts ben, ben ik een Hagenaar”, maar hoe zit het met zijn interesse in Nederlands-Indië?
Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in een Nederlandse patricische familie die sterke banden had met Nederlands-Indië. Zijn vader John Couperus was lid van de Raad van Justitie in Padang, voordat hij in 1846 dezelfde positie bekleedde in Batavia. In 1850 werd John Couperus raadsheer van het Hoge Gerechtshof in Batavia. Louis’ overgrootvader Abraham Couperus was een welvarende koopman en later gouverneur van Nederlands-Malakka en Louis’ moeder Catharina Reijnst had ook een Indische connectie. Haar vader Jan Reijnst was waarnemend Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Indië was voor Couperus een soort land van herkomst. Hij had dit gemeen met veel andere Hagenaars die banden hadden met de kolonie; of ze kwamen er net vandaan of gingen er net heen, of zij hadden er familieleden wonen.

Leven in Nederlands-Indië

Door zijn familiebanden en de zes jaar die hij in zijn jeugd in Batavia woonde, wist Couperus veel af van het leven in de kolonie. Ondanks dat hij zelf in Den Haag was geboren voelde hij een sterke verbondenheid met Indië. Couperus maakte in 1899 voor de tweede keer een reis naar Indië. Hier verbleef hij een tijd bij zijn zuster Trudy en haar man Gerard Valette, Resident in Pasoeroean. Couperus kwam via Valette in aanraking met de koloniale heersende klasse en kreeg via zijn zwager een inkijkje in de “psyche der hoogere ambtenaren”. Valette was een grote hulp voor Couperus tijdens het schrijven van De stille kracht en Couperus gaf later aan dat hij zonder Valettes steun het boek nooit had durven te schrijven.

Stille kracht

Naar aanleiding van deze reis schreef hij de roman De stille kracht, over de tegenstellingen tussen Oost en WestHet boek verhaalt over Otto van Oudijck, een hoge Nederlandse koloniale ambtenaar, die te maken krijgt met een zogenaamde ‘stille kracht’ die hem tegenwerkt. Ondanks hun militaire superioriteit kunnen de Nederlanders namelijk geen grip krijgen op de mysterieuze Javaanse cultuur en op het Javaanse verzet tegen de Nederlandse overheersing. Hoewel Otto in eerste instantie het bestaan van de ‘stille kracht’ niet onderkent voelt hij wel dat er iets mysterieus rondwaart op Java. Zo is hij heel ontvankelijk voor “den geheimzinnigen weemoed der Indische zeeën”. Otto krijgt nadat hij een pasar malam, een soort avondmarkt, op de verkeerde datum houdt en het geven van een offermaal voor het slaan van een nieuwe put verzuimt, te maken met mysterieuze gebeurtenissen. Zo bedriegt zijn tweede vrouw hem met zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, breken glazen spontaan in kleine stukjes en wordt de Nederlandse buurt in Batavia opgeschrikt door mysterieus kindergehuil. Otto trekt zich uiteindelijk terug uit het koloniale leven, waarna hij toegeeft verslagen te zijn door de ‘stille kracht’.

Ontvangst

De stille kracht werd meteen bij publicatie al een populair boek en wordt nu nog, samen met Max Havelaar, gezien als één van de grootste Indische romans. Het boek werd vooral geprezen vanwege de thema’s en motieven die het behandelt, die zo treffend zijn voor de Indische literatuur. Van de onderlinge relaties binnen de koloniale heersend klasse en de verhoudingen tussen de Nederlanders en de Indiërs, tot de opkomst van de islam en de feodale sfeer in het deftige Batavia, allemaal zijn zij uniek voor de Indische literatuur. Couperus zou zelf na de verschijning van De stille kracht nog enkele boeken schrijven over Indië, zoals Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan uit 1906, waarin hij de invloed van een moord in Indië op vier verschillende generaties beschrijft.

Laatste reis naar Indië

Couperus bracht in 1921 voor de laatste keer een bezoek aan Nederlands-Indië. Samen met zijn vrouw Elisabeth maakte hij als speciaal correspondent van de Haagsche Post een rondreis langs Japan en Indië. Als oogst van deze reis verschenen de boeken Oostwaarts en Nippon, waarin de 41 reisverslagen die hij schreef voor deHaagsche Post zijn opgenomen. De boeken werden postuum uitgegeven, na Couperus’ dood op 16 juli 1923.
De stille kracht kenmerkt zich door enkele seksueel getinte scènes en de beschrijving van verschillende occultistische gebeurtenissen. Door de grote islamitische invloed op de politiek in Indonesië kan dit voor problemen zorgen, waardoor regisseur Paul Verhoeven zich genoodzaakt ziet voor de opnames uit te wijken naar Thailand.
Bron: http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/de-stille-kracht-en-de-indische-banden-van-louis-couperus/
   Samenvatting van de Stille Kracht

De stille kracht (1900) is een boek van de Nederlandse schrijver Louis Couperus. Het behoort met Noodlot en Eline Vere tot zijn bekendste werken. Het centrale thema in het boek is de tegenstelling tussen Oost en West. De Nederlanders op Java zijn weliswaar militair superieur, maar komen in contact met de mysterieuze Javaanse cultuur en zaken waar ze niets van begrijpen. De "stille kracht" die de Nederlanders tegenwerkt, is een symbool voor de mysterieuze Javaanse cultuur en het onafwendbare Javaanse verzet tegen de Nederlandse overheersing, dat minder dan 50 jaar na het verschijnen van het boek zou leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Otto van Oudijck is resident in Laboewangi op Java. Als Nederlands bestuurder staat hij in deze hoedanigheid min of meer boven de lokale adel die haar oude machtspositie behoudt. Zijn werk is alles voor hem en hij beseft dan ook niet dat zijn tweede vrouw Leonie hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Zijn dochter Doddy heeft stiekem een vriendje, Addy DeLuce, waarmee ze vaak 's avonds gaat wandelen. Wat Doddy en Otto echter niet weten, is dat Leonie ondertussen ook nog een relatie onderhoudt met Addy.

Otto heeft een aantal conflicten met het lokale bestuur. Bovendien negeert hij een aantal lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door Otto als bijgeloof afgedaan.

Een mysterieuze "stille kracht" doet zich gelden. Wanneer Leonie in bad gaat wordt ze vanaf het dak op mysterieuze wijze bespoten met sirih (rode kleurstof). Ze raakt in paniek en haar Indonesische dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. En hier blijft het niet bij. Een spiegel wordt door een grote steen vernield, Otto’s bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is bedorven en er klinkt hamergeluid. Otto probeert een verklaring te zoeken, maar vindt niets. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.

Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Otto, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Otto heeft het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en voelt zich oppermachtig.

Maar de intriges blijven verdergaan en Otto's familieleven verzieken. Hij wordt uiteindelijk ziek en begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Leonie en beide kinderen vertrekken uiteindelijk naar Europa. Otto neemt ontslag en gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met zijn kennis Eva Eldersma erkent Otto de stille kracht die hem uiteindelijk heeft verslagen.

maandag 2 juni 2014

Samenvatting en mening over de tekst "Essayistiek is een dankbare schatplichtigheid"

Het laatste boek van Willem Jan Otten heet “Niets heb ik van mijzelf” en is geschreven over Kees Verheul. Kees Verheul zijn stuk is voornamelijk een uiting van dankbaarheid. Als iemand je een prijs geeft betekent dat die persoon jou bedankt. Essayistiek is een spel van dankbare schatplichtigheid, toen Montaigne in 1580 het woord essai bedacht bestond de dankbaarheid al. De essayistische zucht gaat gepaard met het verlangen om gedachten te delen, te ontlokken en te genereren. Ieder besef is een herinnering. Een essayistische geest kenmerkt zich door een scherp, soms zelfs tragisch, maar altijd gefascineerd besef dat je niet eigen werk bent. Een essay schrijven kan een apocalyptisch werkje zijn. Aan je angst je belachelijk te maken herken je de gedachte die ontbloot moet worden. Tussen alle aanwezigen is er altijd één iemand méér aanwezig tussen de aanwezigen. Als je altijd verwacht beoordeeld te worden is je leven heel erg gericht.


Mijn mening

Ik vond het een interessante tekst, vooral omdat ik nog nooit heb stilgestaan bij de functie van een essay. De schrijver van de tekst gaat dieper in op de betekenis van een essay. Het einde van de tekst vond ik apart. In het einde van de tekst kwamen plots verhalen naar voren die eerder niet naar voren zijn gekomen. De tekst kreeg door de verhalen aan het eind plots een andere wending. 

Literatuurgeschiedenis periode 4: de Romantiek.


Epigrammen



Bloemen zijn mooie creaties
Ze komen voor in allerlei variaties
Toch is de roze roos om van te genieten
Daarom behoort de roze roos tot mijn favorieten

School is heel erg belangrijk voor later
Zodat we niet hoeven te leven op alleen brood en water
Leuke dingen doen en mooi wonen is fijn
Dus werk hard, zodat elke dag mooi kan zijn

Woei woei waait de wind
De wind verplaatst geen grind
De wind verplaatst vooral bladeren met haar kracht
Daar hebben de bomen niet altijd op gewacht